De maand erna – De recensies
Door: IngezondenEen bijzondere aflevering in de rubriek "Vrijdaagse Verhalen" deze week. Joost Niemöller heeft een boek geschreven over het enige kind van Herman Blok die zelfmoord heeft gepleegd. Diep geschokt komen Herman, twee van zijn broers en hun demente vader bij elkaar. Buiten zijn de eerste tekenen van de crisis zichtbaar en voltrekt zich het multiculturele drama. Binnen trachten de broers Blok het hoofd boven water te houden. In deze maand april vormen ze weer de hechte familie die ze ooit waren, aan elkaar geklonken door niet één, maar twee zelfmoorden.
‘Fascinerende familiegeschiedenis.’ ‘Hermansiaans indringend boek.’ ‘Goede dialogen waar een fijne, schurende humor in zit.’ ‘Prachtig.’ Een greep uit de recensies die werden geschreven over de laatste roman van Joost, "De maand erna".
In de HP/De Tijd van 13 augustus 2010 werd De maand erna enthousiast besproken door Frank van Dijl.
Hij schreef:
“De maand erna doet denken aan het toneelstuk The Family van Lodewijk de Boer (later door hemzelf verfilmd), maar ook aan het werk van Harold Pinter en Flannery O’Connor, waarin mensen, gedreven door hun eigen (waan) denkbeelden, onbereikbaar voor elkaar langs elkaar heen schuiven. Ook de personages van Niemöller komen tot daden waartoe zij zichzelf niet in staat achtten. Herman, hoogleraar, verliest zich tot twee keer in fysiek geweld; Jozef, acteur, probeert de seksverslaafde Samanta, die hem afwijst, te verkrachten.
Deze fascinerende familiegeschiedenis ontrolt zich in de maand april 2008. De actualiteit die op de achtergrond door het verhaal heen kiert, verschuift soms naar de voorgrond. Zo is Albert aanwezig als Rita Verdonk op krukken haar Trots op Nederland presenteert; hij laat zich door het Journaal zelfs een uitspraak ontlokken die hem nog lang wordt nagedragen.
Joost Niemöller schrijft in klare zinnen. Zijn dialogen zijn raak en geven vaak aanleiding tot gegrinnik, hoe zwartgallig de sfeer ook is. Die balans tussen het tragische en het komische maakt De maand erna tot een sterke, trefzekere roman.”
Erik de Vries was in Vrij Nederland op 17 juli 2010 ook uitgesproken enthousiast:
“ ‘Herman Blok kijkt niet, maar staart.’ Het is de openingszin van De maand erna. Niets bijzonders, denkt de lezer, maar wie alle zinnen die erna volgen heeft verslonden, zal tot de conclusie komen dat Joost Niemöller zijn roman niet treffender had kunnen beginnen. Het leven van Herman Blok is leeg en staat stil na de zelfmoord van zijn zoon Hanspeter. Het enige wat Blok op de been houdt, is de vraag waarom HP, zoals zijn zoon consequent wordt genoemd, zich van het leven heeft beroofd. Over diens motief tast hij volledig in het duister.”
En:
“Niemand weet wezenlijk tot de ander door te dringen, wat De maand erna voor alles een Hermansiaans indringend boek maakt over fundamentele eenzaamheid.
Niemöller heeft ook in dit boek weer gekozen voor het schrijven in de tegenwoordige tijd. Deze vorm, die het onherroepelijke verstrijken van de dagen extra benadrukt, sluit mooi aan bij het leven van Herman, dat zich buiten zijn medeweten lijkt te ontrollen: hij ondergaat het, maar neemt er niet aan deel. Een boek waarin vorm en inhoud op zeldzame wijze samenspannen, prachtig.”
Het weekblad Libelle riep De maand erna op 13-07-2010 uit tot ‘boek van de week’. Marleen Janssen schreef toen:
“In de literatuur gaat het eeuwig om de liefde en de dood. Of over allebei natuurlijk. En dat is nooit saai: over de liefde en de dood kun je eeuwig schrijven, het is een eindeloze bron. In De maand erna volg je Herman – vijftiger – die zijn zoon van 23 is verloren. Ook de ooms, de opa en het vriendinnetje van de overleden jongen bevolken het verhaal. Allemaal zijn ze de weg kwijt.
Dementerende vader
Wat heel goed is aan deze lichtvoetige, zeer lévende roman, is dat zo helder wordt dat ieder mens verdriet op zijn eigen manier beleeft. Er zijn geen vaste regels voor rouw, er is nooit een spoorboekje verschenen. De maand erna bewijst dat. Het is een levensecht verhaal waarin vader Herman huilt, schreeuwt, zijn dementerende vader in huis neemt, een beetje verliefd wordt, per ongeluk zijn woede koelt op een jongen die hij zomaar op straat tegenkomt. Een van de ooms, kunstenaar, schildert tientallen portretten van een heel dik model. Het vriendinnetje gaat naar bed met zoveel mogelijk mannen. Al die nabestaanden spiralen zonder enig besef alsmaar om elkaar heen. Ze zoeken elkaar op omdat de leegte hen bindt.
Fijne, schurende humor
Daartussendoor loopt het vaak komische verhaal van de dementerende opa. Hij haalde in de oorlog dingen uit die niet door de beugel konden. Ook hij is de weg kwijt. In zijn hoofd schuiven watervlakken en wolkenluchten door elkaar heen. Een mooie metafoor, die eigenlijk voor allemaal geldt. Niemöller heeft een snelle, puntige stijl. Het grootste deel van zijn roman bestaat uit goede dialogen waar een fijne, schurende humor in zit. Ik hou daarvan. Goed boek. Ik geef een 8.”
In de Volkskrant van 3 juli 2010 gaf Daniëlle Serdijn aan De maand erna drie van de vijf sterren. Ze schreef o.a.:
“Niemöller toont de lethargie in al haar gedaantes. Die aanblik is geen feest. En toch is hij bij vlagen grappig-vooral Hermans demente vader zorgt voor zwartkomische momenten.”
De recensie in Trouw (19 juni 2010) van Bas Belleman was constaterend van aard. Hieruit:
“De roman gaat over de maand na de zelfmoord van Hanspeter, kortweg HP. De vraag is natuurlijk: Waarom heeft die jongen het gedaan? Had het iets met Camus te maken, die hij graag las? Of kwam het door de muziek van Nirvana? Of was hij misschien erfelijk belast: zijn oma heeft ook zelfmoord gepleegd. De hoofdpersonen bijten zich niet echt vast in die vraag. Eigenlijk gaan ze er nogal halfslachtig mee om. Herman praat wel met een vriend van HP, die van de zelfmoordplannen wist, maar kan met diens uitleg toch weinig beginnen. De jongen vertelt hoe ze samen over zelfmoord fantaseerden en naar video’s van zelfmoordterroristen keken. Uiteindelijk raakte HP zo onthecht dat hij zomaar een drukke straat overstak zonder uit te kijken, vertelt die vriend: “Hij was niet geraakt of niks, en hij voelde zich te gek dat hij dat kon. Ik vond dat ook te gek. Maar dat begrijp jij niet.”
“Nee”, zegt Herman. Gelukkig niet.”
Daar is Niemöller goed in: zulke terloopse, dubbelzinnige antwoorden. Herman wil zeggen dat hijzelf gelukkig niet de neiging voelt onder auto’s te lopen, maar laat onbedoeld doorschemeren dat hij eigenlijk niet de ambitie heeft zijn zoon te doorgronden.”
Het boek bestellen doet u hier via deze banner:










Negen euro slechts. Jammer voor Joost dus. Dat er geen volgrecht is op de verkoop van tweede hands boeken.
Het boek ben ik nu voor de derde maal aan het lezen en dat alleen al mag een compliment heten. Niet zozeer omdat het verhaal echt boeit of anderzins de aandacht weet vast te houden http://www.cultuurbewust.nl/site/literatuur-5999-joost-niemoller-heeft-moeite-de-lezer-vast-te-houden-in-de-maand-erna/ maar om de vele vragen die het oproept en de tig losse eindjes. Zoals direct al in het eerste hoofdstuk 1 april met als onderschrift Zonder het te weten loopt Bashar over de oorzaak heen. In dat eerste hoofdstuk wordt lang ingegaan op hoe ooit de Birma Spoorweg tijdens Godwin werd aangelegd. Door het zeulen met stenen van tien kilo of sjouwen met mandjes met tien kilo aarde (elders in het boek weer tien liter alsof het s.g. geen rol speelt) van de voet van de spoordijk tot de kruin ervan. Eerst omhoog klauteren en dan half struikelend weer terug. Het hoofdstuk blijkt bij verdere lezing de opmaat te zijn voor het essay van Camus Le Mythe de Sisyphus. In De maand erna speelt dat essay vertaald in het Nederlands met als titel De myte van Sisyphus en voorzien van een gifgele omslag met een getekende rots erop, een belangrijke rol. Niet een van de literaire recensenten is de Sisyphus mythe – de backbone imho als het ware van De maand erna – opgevallen. Ook Joost zelf gaat met het gegeven erg slordig om want waar hij op bladzij 23 uitdrukkelijk opmerkt dat het woord mythe in de titel van het boekje als produkt uit de 70er jaren zonder h en dus als myte moet worden geschreven blijkt hij het tot tweemaal toe zelf fout te citeren. Als De mythe van Sisyphus. Een slechte eindredacteur ? Of een vergissing zoals meerdere goofs in het boek opzettelijk aangebracht om ‘s te kijken wat het recentendom in Opperland nu eigenlijk voorstelt ? Wie het bij aandachtelijke lezing opvalt ? Zoals het tientje in hoofdstuk 23 dat geen tientje kan zijn of de parkieten in de Vrolikstraat die door Joost voor groene papegaaien worden versleten. Op de eerste pagina vraagt hoofdpersoon Herman zich af of hij – het is nacht en kan niet slapen – niet op de fiets moet stappen om op Schiphol tussen de passagiers te gaan zitten en een koffie te drinken. Hij woont in de Escudolaan in de Muntbuurt in A’dam en kan op de fiets binnen een kwartier op Schiphol Centrum zijn. Staat op pagina 44. Een knappe jongen die het deze vijftiger nadoet. Op bladzijde drie staat, ik citeer : Ik heb wat berekeningen gedaan. 27 meter breed. 18 meter hoog. 365 meter lang. Geeft een totaal van 180 000 kubieke meter aarde. De mand die je naar boven droeg, bevat 0,015 kubieke meter aarde. 180 000 gedeeld door 0,015. Je moet nog 12 miljoen keer heen en weer lopen. Op pagina 26 zegt Herman Ik zag een documentaire over krijgsgevangenen die met mandjes van tien kilo natte aarde een slappe dijk op moesten. Mijn moeder zaliger nagedachtenis zei ooit tegen me dat ik nooit of te nimmer Goden, Grieken en journalisten mocht vertrouwen. Gelijk had ze. Dat de journalist Niemoeller met cijfers wel erg slordig en bovenal suggestief omspringt wist ik al uit dit filmpje http://www.youtube.com/watch?v=cKbhOfSAUKQ&feature=related Ik heb dus als vanzelfsprekend e.e.a. nagerekend en kwam tot de bevinding dat de citaten die Joost geeft racistisch zijn. Alsof die smerige spleten die Jappen heten met een kennis van eeuwen in het bouwen van dammen enzo niet zouden weten hoe ze zo snel en economische mogelijk met inzet van mensen en middelen een spoordijk moesten bouwen. De berekening hiervoor klopt grosso modo maar geeft wel een dijklichaam dat in doorsnee een rechthoek is zonder bermen in plaats van een trapezium. En natuurlijk lieten ze niet elke POW afzonderlijk met een mandje met tien kilo natte aarde erin op en neer klauteren maar werden ze in een schuin oplopende rij als een jacobsladder ingezet waarbij de volle mandjes van de een naar de ander naar boven werden doorgegeven. Niet dat de komiek Wim Kan ooit een poot bij de aanleg heeft uitgestoken maar hij wist er wel alles van. Van de sisyphus arbeid bij de aanleg van de Birma spoorweg. Ook het getal van 12 miljoen klopt voor geen meter want bij een soortelijk gewicht van natte grond van 2000kg/m3 krijg ik, met alleen een Schoevers-diploma op zak, als uitkomst 180 000 x 2000 : 10 = 36 miljoen. Een dijk van een blooper en dan ben ik nog niet verder dan bladzijde 3. En nog heb ik niet alles besproken.
Wat zal jij een rot tijd beleven Tulay. Doe gauw weg dat boek!
‘Het boek ben ik nu voor de derde maal aan het lezen en dat alleen al mag een compliment heten. Niet zozeer omdat het verhaal echt boeit of anderzins de aandacht weet vast te houden’
Nee, dat hadden we al begrepen. daar hoef ik de rest van je hersenschimmen niet voor te lezen. Het wordt een obsessie voor je. Luister naar ome Frik en verbrandt dat boek. Lucht op.
Mijn laatste boeken waren Guns McBain, Ik had een wapenbroeder Maarten ‘t Hart, Gugel gewroken Jack Vance, en op het moment iets van Frits Leiber. Lezen in bed (er na) doe je om je te ontspannen. Niet om je over op te winden en giftige uittreksels te schrijven. Weet je trouwens dat negatieve reclame ook reclame is.
Je hebt me bijna zover dat ik het boek een maand te laat ga kopen. Ik ben toch wel benieuwd wat jou over de rooie brengt.
‘Mijn moeder zaliger nagedachtenis zei ooit tegen me dat ik nooit of te nimmer Goden, Grieken en journalisten mocht vertrouwen. ‘
Ik leer op het moment mijn zoontje dat je de islam c.q. de moslims niet kan vertrouwen. Je zou kunnen zeggen dat het net zoals met de islam met de paplepel ingegoten wordt.
De tijd haalt je in T.
@ rommel
Natuurlijk moet je De maand erna kopen. Het is net als met een slechte film die je pas leuk gaat vinden als je alle http://www.jonhs.com/moviegoofs/ hebt gevonden !
BTW Als je net als ik van Ed McBain, Jack Vance en Frits Leiber houdt dan MOET je zeker alles van http://www.robertbparker.net/ lezen. Serieus. Je zult me dankbaar zijn. De belangrijkste engelstalige crime writer die met crispy zinnetjes ongekende spanningsbogen weet op te bouwen. Heel anders dan bij Joost bij wie meer dan veertig maal zijn mobiel gaat zonder dat er wat zinnigs uitkomt. Het is leuk om te weten dat de Virginian die de http://gatesofvienna.blogspot.com/ bewaakt ook een liefhebber is van Jack Vance. Als nick heeft hij Unspeak Baron Bodissey gekozen.
‘Heel anders dan bij Joost bij wie meer dan veertig maal de mobiel gaat zonder dat er wat zinnigs uitkomt.’
Hahaha. Ja dat herken ik.
Ik zeg niks. Maar iets met vrouwen.
Soms verlang ik terug naar de tijd dat een mobiel telefoon onbetaalbaar was en je op je autodak moest staan om contact met die ene satelliet te maken.
btw merci voor je links
Over de rol van vrouwen bij Joost kom ik, Frikkie volente, nog te spreken als ik bij 4 april aankom. Op die dag neemt broer Albert het vliegtuig naar Amerika om bij broer Rudolf langs te gaan. De vrouw naast hem hangt tegen hem aan. Hij ruikt haar eau-de-cologne, ze draagt ziet hij een helgroene jurk. Een twintigtal regels verder staat Je kunt zien dat ze van seks houdt. Dat kan na http://nl.wikipedia.org/wiki/Close_reading niet anders dan een GILF zijn want anders had Joost wel in plaats van dat keulse water van Boldoot wel parfum geschreven of Marc Jacobs. Het luchtje dat nu mijn favo is.
Nou ga je ineens weer met vreemde tongen praten. Wat bedoel je nou.
Je doet me aan me derde ex-vrouw denken.
Hou het simpel en kort.
D’jesus @ rommel. Als ik je alles in extenso moet uitleggen ben ik nog maanden zoet met de bespreking van de jongste spruit van Joost. GILF staat voor a Granny I Like to Fuck en meer in het bijzonder voor Sara Palin http://www.urbandictionary.com/define.php?term=gilf