Emmapolder
Door: Prof. Drs. G.B.J. VanFrikschotenOp de Waker bekommerden de schapen zich nergens meer om. Als heersers liepen ze daar tussen het laatste land en de lucht in het korte gras. Het schuine hek beneden helde van boven naar je toe en viel dus altijd dicht. "Blijf hier weg!" waarschuwde de ijzeren knecht vijandig. De betonbak onder het hekje met een rooster van stangen weerhield de hoeven van het overlopen. "Blijf hier binnen!", zei het rooster tegen de schapen.
De eindeloze weg naast de dijk door een brede sloot van de horizon achter het verlaten land afgesloten.
Hier leek geen ontsnappen mogelijk.
Ik ben er de verstotene, bejegend door het niets, zoekend naar hiervandaan.
Toch was daar, na kilometers, afgesplitst, het pad wat de impasse beloofde te doorbreken. Een lange zwarte streep, haaks op de dijk door het zwijgend kerkhof van de kwelder.
Waar de hemel stopte, je kon het nog net zien, zwaaide een molen boven de Dromer.
Achter de tweede dijk lagen boerderijen als gestrande schepen in de zee. De molen wenkte ze:"Kom naar mij!". Maar ze waren vast gezogen in dit verstilde land van klei. Ik ging door de Dromer heen.
Aan de horizon keek een kerktoren wakend over de Slaper heen. Daar begon Gods genade pas. "Komt tot mij!", riep de klok over de dijk. Daar zou het beter wezen. Want hier gold slechts het lot en het gevecht om het ruwe leven. Hier heerst God niet. Niet in dit land, deze vlakte, de door ons geschapen woestenij.
Ik draaide me om en keek terug. Dáár moest ik zijn. Achter de Waker. Ver weg al, nog voorbij de schapen, op de golven. Dáár ligt de vrijheid en de horizon voor mij!
50 views









Trossen los en op het kompas van Captain Jack Sparrow over de einder vallen?
Het gras aan de andere kant van de dijk is altijd groener, dat moet jij zo langzamerhand toch weten, Frik.
Oooh, wat mooi. Tussen het laatste land en de lucht. Iedere keer dat ik naar Schier vertrek zie ik dat tafereel in de laatste kilometers voor Lauwersoog.
Balsem voor de ziel Frik, dank voor het verwoorden daarvan.
Ik had eigenlijk 4 verhalen verstopt in deze korte impressie, Marie-José.
1) Het beschreven desolate land blijkt te barsten van het leven. De dijken waken, slapen of dromen. De toren roept, de molen zwaait en de klok roept. De schapen heersen.
2) Een politieke verbeelding. De Waker: de PVV met het hek. De hoogste zeedijk die de uiterste grens aangeeft. De kudde schapen zijn de vele kiezers die de politiek beheersen door op die dijk te staan. Het niet bekommeren is de ongenuanceerdheid. De moeilijkheid dat hek door te gaan. De Dromer: de VVD. Boerderijen, molen; ondernemers maar vast in hun ingeklonken standpunten. Ver uit elkaar gelegen bastions van macht en geld. De Slaper: het CDA. De religie, de kerk en de gemeenschap. Het dorp waar het beter zou wezen. De persoon van het verhaal is zover niet gegaan zoals het verlies aan zetels van die partij liet zien.
3) Een levenskwestie. De eindeloze weg waar niet is af te slaan. De angst van de mens om eens zelf over de sloot te springen. En dan te denken een uitweg te hebben gevonden maar steeds meer versteende gevestigde orde ontmoeten (de boerderijen, molen, kerk) terwijl de drempels (dijken) lager en ouder worden. De mens meegezogen op de aanlokkelijke weg terug. De persoon kiest er niet voor en keert om naar nieuw te ontginnen land.
4) Wat ieder er zelf in ziet zoals wat jij vertelt. Vanaf de zee zie je ze drijven boven de dijk als een fata morgana.